Uitgelicht: Soortbescherming Rivierrombout

Post 5 of 7

De ecologen van ARA Adviesburo B.V. zijn op de verscheidene projecten in de zomerperiode druk in de weer om beschermde flora en fauna in kaart te brengen. In dit artikel gaan we in op de zwaar beschermde rivierrombout (Gomphus flavipes), welke langs grote rivieren zoals de Waal voorkomt.

 

Rivierrombout

De rivierrombout is een vrij zeldzame libellensoort in Nederland, waarvan het verspreidingsgebied zich beperkt tot onze grote rivieren. Libellen behoren tot een primitieve groep insecten, die een gedeeltelijke ‘gedaanteverwisseling’ ondergaan tijdens hun levenscyclus. De gedaanteverwisseling houdt in dat larven van libellen meerdere malen vervellen en na elke vervelling steeds iets meer op volwassen libellen (imago’s) gaan lijken.

Waarnemingen van de rivierrombout in Nederland zijn bekend uit de periode voor 1950, maar daarna verdween de soort tijdelijk uit beeld. Pas vanaf 1996 werd de soort weer waargenomen langs de grote Nederlandse rivieren, voor het eerst langs de Waal. Sindsdien heeft de soort zich verspreid naar alle grote rivieren in Nederland. Waarschijnlijk hangt de herintrede en de daarop gevolgde toename in aantal van de soort samen met de door de jaren heen toenemende waterkwaliteit van onze rivieren. Sinds enkele decennia neemt de waterkwaliteit van de grote rivieren namelijk toe. Vanwege de bijzondere status van de soort is de rivierrombout beschermd via de Nederlandse Flora- en faunawet en de Europese Habitatrichtlijn.

De rivierrombout legt haar eieren in het open water, waar de larven in het zand of in andere fijne materialen op de bodem van de luwe rivierdelen opgroeien. De ondiepe, stromingsluwe zones tussen de kribben in de Waal vormen optimaal opgroeihabitat voor de larven van de rivierrombout. Pas na 3 à 4 jaar zijn de larven klaar om het water te verlaten. Golfslag zorgt voor de afzetting van zand op de oevers tussen de kribben, waardoor kenmerkende rivierstrandjes ontstaan. Op deze locaties kruipen de larven het land op, waar de libellen hun huidjes verlaten, zich laten drogen en vervolgens op zoek gaan naar voedsel in de aangrenzende uiterwaarden. Dit wordt ook wel ‘uitsluipen’ genoemd.

 

Soortbescherming

In project Kribverlaging Waal worden in opdracht van Rijkswaterstaat, ten behoeve van het vergroten van de afvoercapaciteit van de rivier, ruim 250 kribben verlaagd. Bij de uitvoering wordt rekening gehouden met het gebruik van de oevers door de rivierrombout. Omdat niet alle rivierrombouten op hetzelfde moment uit het water komen en de dichtheden van uitsluipende rombouten per locatie en tijdsbestek sterk wisselen wordt voorafgaande aan uitvoering door onze ecologen gecontroleerd of op de uitvoeringlocaties uitsluipende rivierrombouten aanwezig zijn. Tijdens de vooropnames dit jaar zijn langs de Waal op diverse locaties uitsluipende rivierrombouten waargenomen. Wanneer dergelijke hotspots gevonden worden, worden deze frequent in de gaten gehouden. Pas wanneer de locaties niet (meer) gebruikt worden door uitsluipende rivierrombouten, worden de uitvoeringslocaties vrijgegeven voor de werkzaamheden. Dankzij de flexibele uitvoeringsplanning van de aannemerscombinatie kunnen de werkzaamheden verplaatst worden naar locaties waar op dat moment geen kwetsbare flora en fauna aanwezig is. Op deze manier wordt ervoor gezorgd dat de larven van de rivierrombout veilig het land kunnen bereiken en hier de tijd en rust krijgen om uit te sluipen, zodat we met zijn allen kunnen genieten van deze prachtige verschijning langs de Nederlandse rivieren.

This article was written by beheer

MENU